Olijfkomkommers, niet alleen Peruanen zijn er gek op

Olijfkomkommer (Cyclanthera pedata of Mexicaanse augurk) heb ik voor het tweede seizoen op mijn tuin. Ik kreeg de zaden van een collega op de botanische tuinen van de Universiteit Utrecht. Vorig jaar heb ik zoveel geoogst dat ik op mijn werk moest uitdelen om ervan af te komen. Ondanks dat kan ik het gewas van harte aanbevelen voor ieder die eens wat nieuws wil proberen.

De olijfkomkommer is een gewas uit de familie van de Cucurbitaceae, waaronder bijvoorbeeld komkommer, pompoen en courgette vallen. Het is een plant afkomstig uit Zuid-Amerika en naar het schijnt wordt het op de lagere hellingen van de Andes al eeuwenlang als groente gekweekt. Mijn buurman uit Peru werd wild enthousiast toen ik ermee aan kwam. Hij at de vruchten – caiguas noemt hij ze – veelvuldig in Peru en is er gek op, maar hier kan hij ze nergens in de winkel vinden. 

Zaaien

Je zaait de harde zwarte vorkachtige zaadjes voor tussen begin april en begin mei, maar je kunt ook na ijsheiligen direct in de volle grond zaaien. Ikzelf heb eerst tegen gaas kapucijners gezaaid en tegen de tijd dat die uitgebloeid waren kwamen de olijfkomkommers daartussen een beetje op. De olijfkomkommer is een slingerplant en heeft dus wel echt een klimsteun nodig, in de vorm van gaas of stokken. Of je laat hem over de grond kruipen, maar dat is af te raden, want dan neemt hij veel ruimte in en liggen de vruchten op het zand.

Hij maakt vrij groot blad (dat lijkt op esdoorn) en vanaf juli kleine onopvallende groenwitte bloempjes. Zoals veel van de Cucurbitaceae heeft ook de olijfkomkommer afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke bloemen. In een bladoksel staat één vrouwelijk bloempje – met vruchtbeginsel – en daarboven een trosje van mannelijke bloeiwijzen. De bloemen worden druk bezocht door bijen en hommels. Uit het vrouwelijke bloempje groeit een olijfkomkommer. Vanaf eind juli kunnende de eerste vruchtjes worden geoogst. En vanaf dan blijven ze maar komen.

Oogsten

De vruchtjes pluk en eet je het best als ze zo’n drie tot vijf centimeter zijn. Groter dan een olijf dus. De jonge kleine vruchten zijn het knapperigst maar dan moet je er direct bij zijn, ze groeien snel. Deze zijn het meest geschikt in salade en kunnen met zaadjes en al gegeten worden.
Als de vruchten groter worden, worden de zaden zwart en hard. Dan moet je die verwijderen en kun je ze in reepjes snijden of bijvoorbeeld vullen. Je kunt de olijfkomkommers ongeveer een paar dagen tot een week bewaren, liefst in de koelkast.

Hoe eet je ze?

Je kunt de vruchtjes rauw verwerken, bijvoorbeeld in salade. Ze smaken als komkommer, maar net iets minder flauw, en zijn wat minder sappig en krokant. Als ze wat groter zijn kun je ze ook vullen (bovenlangs ingesneden). Hierbij twee recepten, een van mijn Peruaanse buurman en een die ik op internet vond (maar mijn buurman blijkt het ook te kennen; het is een echte Peruaanse klassieker).

Salade met caigua (van mijn buurman)

Mix tomaat en gesneden caigua en voeg toe: sap van verse citroen, olijfolie, zout en peper

Gevulde olijfkomkommers (van internet)

Verschillende malen gemaakt en van genoten: http://perudelights.com/caiguas-rellenas-caiguas-filled-with-beef-raisins-and-olives/

Je kunt het gehakt vervangen door roomkaas, veganistische kaas of veganistisch gehackt.

Lara van den Bosch

You may also like...